Terug
Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 05-07-2021 ©The Sounding Burrows



De Lakeland terriŽr komt in een scala aan kleuren voor:

wheaten rood red grizzle grizzle and tan blue and tan black and tan zwart blauw lever


Rood varieert van diep rood (al mag het nooit zo donker zijn als het eekhoornrood van een WelshterriŽr) tot een lichte kleur die wheaten wordt genoemd. De meeste tarwekleurige Lakelands zijn in feite rood, maar omdat de vacht lichter wordt indien hij niet optimaal verzorgd wordt is het verschil tussen rood en wheaten als volwassen hond moeilijk te zien.
Echter bij de geboorte van de puppen is het verschil tussen rood en wheaten wel goed te zien.

Red grizzle, grizzle and tan, blue and tan en black and tan zijn honden met een rode tot wheaten basiskleur aan de benen en het hoofd met een rugdek (zadel) wat varieert van grijs of zwart gemeleerd met veel rood (red grizzle), tot grijs en zwart met een beetje rood (grizzle and tan) of tot (donker)blauw of zwart (blue and tan en black and tan).

Anders gezegd: als volwassen hond heeft een red grizzle een heel klein rugdekje (meer een streep donkerder gekleurd haar op de schouders), de grizzle and tan een rugdek van schouders tot heupen, de blue and tan en black and tan een groot en egaal gekleurd rugdek, wat bij blue and tan grijsblauw is van kleur (maar niet doordat de haren verschillende kleuren hebben zoals bij de grizzle and tan, maar omdat het haar iets opgekleurd is t.o.v. zwart), terwijl het bij black and tan zwart is.

Het verschil tussen de verschillende zadels is niet altijd scherp afgebakend. Sommige kleurverschillen kun je heel goed zien als de pup klein is (bijvoorbeeld tussen rood en wheaten) en later juist minder; andere kleurverschillen kun je juist pas later zien en niet als pup (bijvoorbeeld tussen zwart en blauw).

Zo is het verschil tussen bijvoorbeeld een red grizzle en een grizzle and tan vaak moeilijk te bepalen. Het verschil tussen bijvoorbeeld een red grizzle en een black and tan is wel heel goed te zien al bij de pasgeboren pup.

Als pup is het verschil tussen black and tan en blue and tan niet zien. Dat komt doordat blauw een verlichting van zwart is en dat gebeurt pas als de vacht wat langer wordt. Soms kun je dit al zien als de pup zo'n zes of zeven weken is, maar het komt ook voor dat het opkleuren pas begint bij de volwassen vacht en dan zie je het pas rond zes of zeven maanden.
Hetzelfde geldt voor zwarte en blauwe Lakelands.

Daarnaast verliest de vacht aan kleur als hij geknipt of geschoren wordt of op een andere manier afgebroken. Vandaar dat zwarte Lakelands zelden heel erg zwart tonen. Haar aan de voeten en de snoet breekt af door natuurlijk gebruik. Maar dat is iets anders, dan wanneer de hond daadwerkelijk blauw is.

Tot slot is er de kleur lever. Lever komt voor bij allerlei dieren en het is in feite het volledig ontbreken van de kleur zwart.
Alle delen van het dier die normaal gesproken zwart of grijs zijn, worden een zachte bruine kleur. En dat wil zeggen dat de neus, ogen en voetzooltjes ůůk zachtbruin zijn.

Verder komen alle vachtkleuren die hierboven genoemd zijn ook in lever voor, met dat verschil dat alles wat normaal gesproken zwart of blauw (grijs) is, is dan bruin. Zwart wordt vrij donker bruin, blauw en grijs worden een zachtere tint beige.

Zo zijn er dus lever Lakelands met een rode vacht, waarbij je alleen aan de ogen en de neus ziet dat het om een lever gaat. Meestal worden die puppen geregistreerd als rood, maar door de ontwikkelingen in genetische kennis weten we nu dus dat deze honden eigenlijk lever genoemd zouden moeten worden.

Gebruikelijker zijn lever Lakelands met een zadel, die ook wel 'liver and tan' genoemd worden. En dat zadel kan dus klein zijn, groter of zelfs de hele rug bedekken, maar daar worden geen aparte namen voor gebruikt. Op de stamboom worden al deze varianten lever genoemd.

En tot slot kan de lever Lakeland ook geheel bruin van vacht zijn, maar daar zijn geen exemplaren van bekend.

Lever is de meest zeldzame kleur, omdat beide ouders het gen voor de kleur moeten dragen willen er puppen in die kleur geboren kunnen worden. Aan de buitenkant kun je echter absoluut niet zien wie het gen draagt en het komt paar in een paar lijnen voor.
Tegenwoordig is door dna onderzoek echter mogelijk na te gaan welke honden het gen dragen, waardoor nu de mogelijheid om deze bijzondere en mooie kleur te behouden binnen handbereik is gekomen.

Alle lakelandkleuren hebben een ding gemeen: ze leven! Gedurende hun leven verandert de kleur nogal. je krijgt wel een indicatie, want pups worden wheaten, rood, zwart, saddle and tan of leverkleurig geboren, maar je weet van te voren niet hoezeer de vacht zal opkleuren. Een saddle and tan pup kan black en tan worden, blue and tan, grizzle and tan of red grizzle. Een zwarte pup kan zwart blijven, donkerblauw opkleuren of juist heel erg licht tot zelfs bijna zilverwit.
Als je de bloedlijn goed kent, heb je als fokker meestal wel een idee, maar je kunt altijd voor verrassingen komen te staan. Zo werd mijn grizzle and tan reutje Tryfan, die de eerste paar jaar van zijn leven een flink dek had, op zijn oude dag red grizzle. Vandaar dat je bij mij geen blauw pup kunt bestellen, alleen een zwarte. Als je geluk hebt kleurt die later op tot blauw (als je dat graag wilt), maar ik kan geen garantie geven dat het ook werkelijk gaat gebeuren.




Ook pinguins kunnen lever kleur zijn. Hier ťťn leverkleur Adelie tussen "normale" zwarte Adelies.


Mijn Dint, een zeer donkere blue and tan, met de puppen van haar eerste nest.
De vader is een grizzle and tan, maar beide ouders dragers van het gen voor leverkleur.
Drie leverkleur en ťťn grizzle and tan pup.
De levers zullen net als Dint een groot, ongemeleerd zadel hebben.
De grizzle and tan pup gaat juist erg op zijn vader lijken.


Dit is Chess als jonge hond.
Zij heeft een rugdek wat meer overeenkomt met dat van een red grizzle.
Op deze leeftijd leek het nog een flink zadel.


Chess, inmiddels acht jaar oud. Haar rugdek is gereduceerd tot een vage vlek lichtbeige haar op haar schouders.
Naast haar haar zoon Trystan, een bleu and tan van zes jaar oud.
Hij zal altijd zo donker van zadel blijven.


Nog een keertje Dint's puppen.


Een van Dint's puppen met zeven weken.
Let op de groene ogen. Bij andere kleuren zijn de ogen op deze leeftijd nog blauw.
Bij leverkleur zijn ze groen.
Zowel het blauw als het groen verdwijnt na een paar weken. Blauw wordt donkerbruin tot zwart.
Groen wordt hazelnoot bruin tot lichtbeige.


Dakota, een van Dint's puppen met ruim vier maanden.



Overigens, mensen vragen me vaak wat het verschil is tussen een Lakeland terriŽr, een Welsh terriŽr en een Fox terriŽr. Het eerste waar je naar kunt kijken is de kleur. Een Welsh terriŽr mag alleen black and tan zijn en het rood hoort 'eekhoornrood' te zijn, d.w.z. erg diep van kleur. Een Fox terriŽr hoort voornamelijk wit te zijn, een kleur die niet toegestaan is bij zowel de Welsh als de Lakeland.
Het verschil tussen een Lakeland en een Fox is dus makkelijk te herkennen.
Lastiger is het verschil tussen een Welsh en een Lakeland. De Lakeland is de kleinste van de drie rassen. En als hij rood of lever of zwart of blauw is, is hij makkelijk te onderscheiden van een Welsh. Maar bij zadelpatronen wordt het lastiger, omdat WelshterriŽrs nog wel eens een vacht hebben die te licht is (vaak bij huishondjes, vooral als ze - wat niet hoort, maar wel gebeurt - geschoren worden). Een Lakeland kun je ook herkennen aan zijn bouw. Van de drie rassen is hij het minst extreem, het minst overdreven. Foxen en Welsh-jes hebben een langer hoofd dan Lakelandjes, waardoor hun ogen (wederom vooral als ze slecht getrimd zijn) dichter bij elkaar lijken te staan. Hun borstkas is dieper en de rug is korter, waardoor er meer nadruk op de voorkant van de hond ligt. Ze lijken massiever. Een Lakeland is meer in balans. Als extra moeilijkheid komt erbij dat bij ieder ras exemplaren voorkomen die of te groot of juist te klein zijn; de vacht is misschien geschoren i.p.v. met de hand gestript en natuurlijk is niet iedere hond een perfect voorbeeld van zijn ras.
En als mensen vragen naar het verschil in karakter: dat is nůg moeilijker te omschrijven. FoxterriŽrs moesten de prooi opjagen en mochten hem niet doden: dat was het werk van de meute. Ik heb het gevoel dat zij meer ophef maken dan een lakelandje. Die behoorde immers bij arme lieden, die gewoon de vos of ander ongedierte kwijt wilden en hoe eerder die gedood werd hoe beter. Rijke lui kunnen zich specialisten veroorloven en hadden een verschillend soort hond voor iedere taak. Zo was de foxterriŽr voor het uit het hol jagen van de prooi. Arme mensen hielden er meer allrounders op na. Eťn hond die meerdere taken moest kunnen vervullen. Zo'n hond is de Lakeland en die houdt meer contact met zijn baas om er achter te komen wat de baas in precies die situatie verlangt. Overziet hij de situatie, dan kan hij het verder wel alleen af en komt de zelfstandigheid van een echte terriŽr tot uiting. Over de mensen uit Wales wordt gezegd dat zij tamelijk op zichzelf zijn en redelijk serieus. De WelshterriŽr zou daarom ook wat minder open zijn en wat serieuzer. Maar voor alle rassen geldt dat we in de eerste plaats te maken hebben met individuen, die beÔnvloed worden door de bloedlijn waarin zij geboren zijn, de opvoeding en training die ze gehad hebben en ervaringen die ze hebben opgedaan. Sommige fokkers beweren dat hun ras het minste vecht van de drie, maar ik kan nog steeds niet zeggen welke van de drie dat zou moeten zijn!




divider